Bianca de Vrind-Zegers

Aan mij zie je niets

schets van een kiwi in zijn hol onder de grond

Aan mij zie je niets is de voorlopige titel van mijn debuut. Het is een verhalende autobiografie, die ik zodanig vorm heb gegeven dat hij net zo leest als een roman. Met andere woorden: alle feiten zijn waar gebeurd en ik heb daarvan niets overdreven of mooier gemaakt, maar de gebeurtenissen zijn zodanig gekozen, gerangschikt en belicht dat zij het verhaal met behulp van de nodige stijlmiddelen voortstuwen en ondersteunen zoals in literaire fictie. Rond haar veertigste worden de kinderen van de hoofdpersoon gediagnosticeerd met autisme, waarna zij ook zichzelf herkent in de omschrijving.De voorlopige titel van het boek is Aan mij zie je niets, omdat autisme bij volwassen personen met een normale intelligentie aan de buitenkant vaak niet te zien is en daarom wordt het vaak niet begrepen. Maar God ziet je wel zoals je bent en Hij houdt toch van je. Het plaatje dat er op deze pagina bij het boek staat heb ik zelf getekend. Het zal waarschijnlijk niet de cover van het boek halen, maar voor nu is het voldoende illustratief. Het is een kiwi, een bijzondere en zeldzame vogel die voorkomt in Nieuw-Zeeland. De hoofdpersoon in mijn boek heeft een fascinatie voor vogels en identificeert zich onder andere met deze vogel, die afwijkend is van andere soorten vogels en die zich overdag verbergt in zijn schuilplaats, zodat je hem niet ziet.

Er zijn al meer boeken geschreven over autisme, maar die zijn niet altijd prettig om te lezen. Ze hebben meestal de vorm van een psychologisch handboek of een zelfhulpboek. Er is bovendien nog niet zo veel geschreven over autisme bij volwassenen, zeker niet bij vrouwen, al helemaal niet over autisme en moederschap en evenmin over autisme en geloof, terwijl dit nu juist onderwerpen zijn waar autisten mee worstelen. Daarom heb ik het plan opgevat om een helder opgezet niet-wetenschappelijk waargebeurd verhaal te schrijven dat hierover gaat. Het pretendeert geen psychologische kennis of specifieke kennis van autisme, waardoor het verhaal ook herkenbaar en toegankelijk is voor wie niet te maken heeft met autisme en voor wie zich om een andere reden afwijkend voelt.

De structuur van het boek is als volgt: Het boek heeft rond de 85.000 woorden ( dat zijn ongeveer 300 bladzijden) en ik heb gekozen voor korte hoofdstukken, allen in de ik-vorm. Het verhaal begint in de tegenwoordige tijd, op de dag dat de hoofdpersoon haar diagnose te horen heeft gekregen. Dan volgt er een lange verhalende terugblik in de verleden tijd met twee verhaallijnen die elkaar inkleuren. De eerste verhaallijn gaat over de jeugd van de hoofdpersoon. De tweede verhaallijn gaat over het moederschap van de hoofdpersoon en over haar opgroeiende kinderen. Hun beider jeugd loopt zo min of meer parallel door het boek. Beide verhaallijnen komen bij elkaar in de uiteindelijke diagnoses van respectievelijk de kinderen en de hoofdpersoon. Vanaf dat punt gaat het verhaal over het verwerken en vervlechten van verleden en heden in een nieuw perspectief. Als de hoofdpersoon om kijkt op haar levensweg, ziet ze dat God er altijd bij is geweest, soms zichtbaar, soms ongemerkt. Het laatste hoofdstuk, waarin deze geloofsthematiek wordt weergegeven is weer in tegenwoordige tijd geschreven en speelt zich af op dezelfde plek als die van het eerste hoofdstuk, maar dan vier maanden later. Eigenlijk beslaat de vertelling dus die vier maanden. De rest is een terugblik

Ik licht alvast een tipje van de sluier op met een drietal fragmenten uit het manuscript:

"Een keer in een bus voelde ik hoe een meisje achter me zich niet langer kon beheersen. Ze stond op, plantte haar hand op mijn hoofd en duwde haar nagels zo ver mogelijk in mijn huid. Het deed geen pijn, want ik ben altijd al bijna ongevoelig geweest op mijn hoofdhuid, maar het was een vreemde gewaarwording om zo tastbaar iemands haat te kunnen voelen. Het was zo onwerkelijk dat het wel iets heiligs leek te hebben, iets waar je niet over praat, een pact tussen haar en mij. Toen ik achterom keek, zag ik haar vertrokken gezicht."

"Ik hield zielsveel van klassieke muziek en koesterde de irreële wens om er ooit eens mee te kunnen doordringen in al die afgestompte hoofden om me heen, die alleen maar wilden luisteren naar patat-met-mayonaise-muziek. Patat hapt lekker weg en het is volksvoedsel nummer één, maar het is geen haute cuisine en het is ook niet gezond om het elke dag te eten. Zo was het met muziek ook. Goedkope massamuziek kon dan wel lekker klinken, maar het bracht je echt niet naar een hoger niveau. Ik ordende mijn lievelingsopnames, steeds opnieuw, op alfabet, op genre, op periode, op bezetting. Ik maakte cassettebandjes met allerlei overtuigende samenstellingen en was er uren mee bezig, zonder besef van tijd, me inbeeldend dat ik die sufferds ermee over zou halen en dat ze dan voorgoed zouden veranderen in betere mensen met een betere smaak."

"...Ik, met de schuwe blinde kiwi in mijn hart. Laatst speelde ik een spelletje met mijn oudste zoon en ik vroeg:"Als jij een vogel was, wat voor vogel zou dat dan zijn?" Ik was benieuwd of hij ook zou kiezen voor een soort met zulke unieke eigenschappen als de kiwi. Er zijn verbazingwekkend veel soorten vogels.Gekleurde, saaie, langzame, snelle, slimme, domme, groot, klein, vogels die kunnen vliegen, vogels die kunnen zwemmen, vogels die hard kunnen lopen. Het zegt vast wel iets over iemand welke vogel hij bij zich vindt passen. Niet iedereen snapt dit spelletje. Sommige mensen kiezen een vogel die ze leuk of mooi vinden, maar dat is niet de bedoeling. Je kunt geen merel zijn als je niet puur en eenvoudig bent en niet van zingen houdt en je kunt geen kolibrie zijn als je maar gewoon uit de Hollandse klei getrokken bent. Mijn moeder vond zichzelf een koolmeesje, want die hebben van die mooie kleuren en ze zijn ook altijd zo lekker bezig. Vooruit dan maar.

"Een zeearend" zei mijn zoon."

Op dit moment ligt de vijfde herschrijf van dit boek bij de proeflezers. Ontzettend spannend wat zij ervan zullen vinden!

.

Solace

Voor een volgend boek ben ik me aan het inlezen over vriendschap en verbondenheid en als dat er niet is. Over eenzaamheid dus, onzichtbare eenzaamheid waar andere mensen zomaar aan voorbij gaan. De eerste freewrites waarmee ik het onderwerp aan het aftasten ben heb ik al uitgetikt in een eerste hoofdstuk. Het is nog echt meer verkennen dan echt schrijven wat ik aan het doen ben. Ik probeer mijn personages te leren kennen door ze met elkaar in gesprek te brengen en ik schrijf dingen op uit mijn eigen dagelijkse leven en mijn eigen herinneringen die ik kan gebruiken. Het wordt dus op waarheid gebaseerde fictie, maar wel echt fictie deze keer. Omdat het om fictie gaat,heb ik meer vrijheid om onderwerpen die ik in Aan mij zie je niets alleen maar heb kunnen aansnijden, verder uit te werken.Ik schrijf nu zo'n 500 woorden per dag, bijna alle dagen van de week, en zo groeit mijn boekmateriaal gestaag. Eigenlijk zit het verhaal al in de voorlopige titel: Solace. Ik moet het alleen nog ontdekken en goed opschrijven.

Solace: Troost in het Engels en een zeldzame naam voor zowel jongens als meisjes in Amerika. Het komt van het Latijnse Solacium. In het Nederlands: Soelaas. Sol: Zon in onder andere het Spaans. Sola: Alleen, ook in het Spaans. Het kan ook eenzaam betekenen, maar dat hoeft niet. Sola: meisjesnaam, gebaseerd op het Latijnse Sola gratia: alleen door genade. Gewenst. Lace: Fijn kantwerk in het Engels. Ace: De keer dat de tegenstander de bal van jouw service niet kan terugslaan.



Wordt vervolgd!

.



Geïnteresseerd?

Neem contact op of deel deze pagina met anderen

© 2019 Bianca de Vrind-Zegers contact